|
Algemeen
Op 25 Juni 1950 valt het Noord-Koreaans leger het Zuiden van het land binnen met honderden tanks en de steun van talrijke vliegtuigen, met het doel de gedwongen eenmaking onder communistisch stelsel van het land te bereiken.
Hoe was men tot deze toestand gekomen?
Na de nederlaag van Japan in 1945 werd Korea bevrijd na 40 jaar bezetting door de Japanners. De wereld was toen verdeeld in twee tegenovergestelde invloedsferen (Conferentie van Yalta in februari 1945.) De USSR bezette het Noorden van het land; de Amerikanen verspreidden hun invloed in het Zuidelijk deel van Korea.
De Verenigde Naties besloten democratische verkiezingen in het ganse land te houden, doch stootten op de weigering van de USSR, en in 1948 werd in het Zuidelijk gedeelte van het land de Republiek van Korea geboren. In het Noorden richtten de communisten de "Democratische" Republiek van Korea op. Het ijzeren gordijn viel tussen de twee gedeelten van het land langs een scheidingslijn die ongeveer de 38ste breedtegraad volgde.
De communisten richtten een leger van 10 divisies op, uitgerust met honderdtallen tanks en vliegtuigen van sovjetmakelij. In Zuid-Korea vormden ongeveer 500 Amerikaanse militaire raadgevers (KMAG) het kader van een slecht opgeleid en onvoldoende uitgerust leger. Het is dan ook dit Zuid-Koreaans leger dat ,na hevige vertragingsgevechten geleverd te hebben , gedwongen werd om na drie dagen de hoofdstad Seoel in de handen van de vijand te laten.
Tussenkomst van de Verenigde Naties (VN)
Op de dag zelf van de aanval, 25 juni 1950, vroegen de Verenigde Staten de bijeenkomst van de Veiligheidsraad der Verenigde Naties, die, bij afwezigheid van de USSR ,de communistische aanval veroordeelde en aan de lidstaten vroeg Zuid-Korea bij te staan, alhoewel dit land zelf geen lid van de VN was. Zuid-Korea verkreeg de hulp van 22 landen, 17 landen leverden land-, lucht- en zeestrijdkrachten, 5 anderen verzorgden de medische bijstand. De USA werden belast met de bevelvoering van alle VN-strijdkrachten.
Het is zeker dat een derde wereldoorlog vermeden werd door de beslissing van de VN om een ontluikende democratie te redden van de uitroeiing.
De Belgische tussenkomst
Het door de Verenigde Naties aangenomen grondbeginsel was dat elke tussenkomst van de strijdkrachten van een der lidstaten ten minste de getalsterkte van een bataljon diende te bereiken. Buiten de herbewapening inspanningen van het Belgische leger ten overstaan van de communistische dreigingen Europa om, leverde België derhalve ook een operationele eenheid voor Korea. Aangezien de Belgische grondwet niet toestaat dat dienstplichtigen naar een overzees operatiegebied gezonden worden, besliste de regering de oprichting van een infanteriebataljon. uitsluitend met vrijwilligers.
Er dient alleszins herinnerd aan het feit dat onze bijstandmaatregelen, waartoe België besloten had op 22 juli 1950 de deelname aan de "Pacific Airlift" van 3 x DC-4 toestellen omvatte. Anderzijds werden meerdere vrijwilligers hetzij voor de heenreis, hetzij voor de terugreis met Sabena-toestellen vervoerd, die tevens naar het vaderland terugkeerden voor nazicht.
Het Vrijwilligerskorps voor Korea
Meer dan 3 000 kandidaten werden onderzocht door de Selectiecentra van Gent en Namen, en op 18 september 1950 vervoegden de Officieren en Onderofficieren het Commando-Opleidingscentrum te Marche-les-Dames om er een eerste en zware opleiding te ondergaan. Op 2 oktober vervoegden ongeveer 700 aanvaarde vrijwilligers het Kamp van Leopoldsburg en op 7 oktober kreeg de eenheid - een licht aangepast bataljon met tweetalig taalstelsel - de benaming " Vrijwilligerskorps voor Korea " . In Korea zal het Korps door het Amerikaans commando BUNC (Belgian United Nations Command), genoemd worden.
Een peloton, uit Vrijwilligers van het Groothertogdom Luxemburg samengesteld, vervoegde het Belgisch Bataljon. Op 3 november 1950 krijgt het zijn standaard toegekend die plechtig overhandigd wordt door de Koninklijke Prins Boudewijn op 8 november 1950.
Op 11 november 1950 defileert het ganse Bataljon te Brussel voor de Onbekende Soldaat.
De opleiding wordt besloten in het Kamp van Elsenborn en dit van Brasschaat waar oefeningen met scherp en onder spervuur gehouden werden.
Uiteindelijk verlaat het Belgische-Luxemburgs Bataljon de haven van Antwerpen op 18 december 1950 voor een lange oversteek aan boord van de weinig geriefelijke KAMINA (foto) om in Poesan aan te komen op 31 januari 1951. Inmiddels, te wijten aan de Chinese tussenkomst, hadden de VN-strijdkrachten in Noord-Korea, zware tegenslagen ondergaan. Tijdens de overtocht vroegen de Belgen zich af of zij de volledige ontreddering zouden tegenkomen ofwel te laat zouden aankomen. Gelukkig zou het Bataljon de kans krijgen om zijn strijdlust en zijn gevechtskennis te bewijzen in veelvuldige omstandigheden en aldus de achting en het vertrouwen van alle geallieerde eenheden verwerven.
|