maandag 29 mei 2017

Belgische para's van RAV-AIR: de absolute wereldtop in het droppen van o.a. jeeps en bulldozers

Materiaaldrop C-130

Het Belgische leger mag dan niet het grootste of het best bewapende zijn. Naast indoor skydive zijn de Belgische militairen nog in een andere discipline de absolute wereldtop: het droppen van pakketten boven plaatsen die anders onbereikbaar zouden zijn. Niet alleen zakjes rijst of kisten munitie, maar ook jeeps, boten of zelfs bulldozers. Een precisiewerkje uitgevoerd door C-130-vrachtvliegtuigen. Met behulp van enorme parachutes die loodzware vrachten als een veertje laten landen. Uitzonderlijk liet Defensie een blik achter de schermen toe tijdens een luchtbevoorradingstraining in Portugal.

“Het lijkt misschien het moeilijkste van al: zulke zware ladingen uit een vliegende C-130 gooien. En, toegegeven, er zijn meer evidente zaken. Maar de grootste uitdaging is zorgen dat de ladingen ook veilig en onbeschadigd aan de grond komen. Als bijvoorbeeld een mortierkanon kapot gaat bij de landing – en dat is snel gebeurd – hebben de militairen op de grond er ook niks aan”, zegt Olivier Hubert, lid van de Rav Air-compagnie van de Belgische paracommando’s. Rav Air staat voor Ravitaillement par Air, luchtbevoorrading

Straffe reputatie

België heeft op dat vlak een reputatie hoog te houden: in de jaren 90 verzette de Belgische luchtmacht wereldwijd bakens met massale voedseldroppings boven het hongerige Afrika. Duizenden tonnen voedsel deden Belgische piloten en luchtbevoorraders uit de hemel neerdalen.

Op de plekken waar de hongersnood het grootst was, waren geen luchthavens, amper berijdbare wegen, of was de veiligheidssituatie zo slecht dat vrachtwagens vol voedsel zelden of nooit op hun bestemming arriveerden. Het voedsel uit een vliegende C-130 werpen, op die plaatsen waar de nood het hoogst was, bleek de meest effectieve methode om eten tot bij de ondervoede bevolking te brengen.

Jaren later kan de luchtmacht nog steeds op die opgedane kennis en ervaring teren. “Om een idee te geven: bij een recente internationale oefening haalden we een betrouwbaarheidscore van liefst 95 procent”, klinkt het bij de Rav Air-para’s. Wat dat wil zeggen? “Dat 95 procent van het materiaal dat we dropten, intact op de grond aankwam. Weinig andere landen doen ons dat na”, zeggen de para’s, terwijl ze paletten met oefenmateriaal nauwgezet voorzien van reusachtige valschermen, waarna het hele pakket het ruim van een C-130-vrachttoestel ingaat.

En dat betekent ook hard werken voor de piloten van de intussen veertig jaar oude Belgische C-130’s. “Bij het droppen van zeer zware vrachten, die via een uittrekvalscherm of extraction parachute uit het vliegtuig worden getrokken, moet ik samen met mijn copiloot soms met volle gewicht op de stuurknuppel gaan hangen om het toestel recht te houden. Zo gigantisch zijn de krachten die dan spelen”, zegt C-130-piloot Josse.

Wanneer een fractie van een seconde later de vracht – boven zee kan dat ook een rubberboot zijn ­– aan grote parachutes naar beneden bengelt, is het zaak de C-130 snel weer onder controle te krijgen. Want plots is die een paar ton lichter. “Op het moment van de drop zie je de vleugels nogal bewegen”, zegt een collega-piloot zonder te verpinken. “Zo’n drop is te vergelijken met het uitgooien van een anker. Op het moment dat we de extraction parachute uitwerpen, vertraagt het toestel plots enorm. Iets wat uiteraard niet te lang mag duren. Of mag mislukken.”

Want zulke droppings kunnen gevaarlijker zijn dan je zou denken. “Door een uitzonderlijke samenloop van omstandigheden gebeurt het weleens dat de extraction parachute de lading niet uit het vliegtuig kan trekken, of dat de lading plots blokkeert in de vrachtruimte. Als onze collega’s in het vrachtruim dan niet snel de parachutelijnen doorsnijden, is een crash niet ondenkbeeldig. Ook op dergelijke noodprocedures wordt daarom hard getraind. Want als piloot sta je compleet machteloos zolang die parachute aan je toestel blijft trekken.”

Niet voor doetjes

Net als andere geledingen binnen Defensie staat de Rav Air-compagnie te popelen om missies te vliegen die het verschil maken. Zo hielpen de luchtbevoorraders het Franse leger onlangs met het droppen van een loodzware bulldozer boven een beschadigd vliegveld in het Afrikaanse Mali, waar de Fransen tegen moslimterroristen strijden. “Een vliegtuig laten landen ging niet, over de weg zou te lang hebben geduurd”, vertelt Olivier Hubert. “Dus is de bulldozer uit een vliegtuig gedropt, zodat een grondploeg met die machine de landingsbaan opnieuw kon herstellen.”

De wekenlange trainingsmissie boven Portugal is overigens niet voor doetjes. De luchtbevoorraders die meevliegen om hun lading te droppen, komen geregeld misselijk opnieuw het vliegtuig uitgekropen. Dat blijkt ook wanneer we zelf meevliegen met zo’n dropping. “Het is geen lijnvlucht”, had detachementscommandant Peter Wijffels ons gewaarschuwd. Dat was nog voorzichtig uitgedrukt.

“We trainen tegelijk ook op tactisch vliegen boven oorlogsgebied, om veilig de dropzone te bereiken”, legt C-130-piloot Josse uit. “Zo krijgen we tijdens de vlucht bijvoorbeeld de melding dat er op onze route luchtafweergeschut is gedetecteerd, wat we dan onmiddellijk trachten te ontwijken.” Om die reden gooien de piloten de C-130 een half uur lang brutaal van de ene op de andere zijkant. Een opgewekte Franstalige journaliste is na vijf minuten eerst doodstil, dan lijkbleek en vervolgens kotsmisselijk. “Karamellen kauwen helpt tegen de misselijkheid”, hadden de para’s op voorhand gezegd. Maar die waren niet voorradig.

Wanneer de missie geslaagd is? “Als de lading onbeschadigd op de grond landt, én op de juiste plek. Zijnde een paar tientallen meters rond het vooraf bepaalde landingspunt.” Zo’n nauwkeurigheid is geen evidentie: eens de lading aan één of meerdere parachutes naar beneden glijdt – “sommige van onze parachutes zijn 450 vierkante meter groot”, aldus Rav Air-officier Marc Kerckhofs – kan niks of niemand nog ingrijpen.

“Maar we weten exact wat onze parachutes doen, bij welke weersomstandigheden. Het lijkt misschien allemaal op goed geluk. Maar het gebeurt echt zelden dat ze op de grond ver moeten gaan zoeken naar wat wij naar beneden gooien.”

Bron: Werner Rommers, Nieuwsblad