zaterdag 23 juni 2007

Sergeant-paracommando Larry Van Gils: "Het verlangen naar modder"

Larry Van Gils (32) is sergeant-paracommando bij het Belgische leger. In november 1994 werd Larry Van Gils als vrijwilliger korte termijn ingelijfd bij de medische dienst van het Belgische leger, waar hij een basisvorming EHBO en een aantal militaire vakken volgde. 'Mijn eerste loon bedroeg zo'n 910 euro, maar ik ontving meteen een voorschot van 1.280 euro op mijn eerste twee lonen.'

In januari 1995 begon Larry zijn paracommando-opleiding in het trainingscentrum van Marche-les-Dames, waarna hij werd toegewezen aan de batterij paracommando in Brasschaat. Hij ging er aan de slag als brancardier en later als ambulancier. 'Wijlen mijn grootvader had een heel mooi fotoalbum van zijn tijd bij de commando's. Als kleine jongen heb ik er vaak in gebladerd, en zo is mijn droom gegroeid.'

Toen hij na vier jaar als vrijwilliger op korte termijn een nieuwe keuring onderging om beroepsmilitair te worden, bleek dat hij niet kon terugkeren naar dezelfde functie. Zo werd hij paracommando bij de landmacht.Inmiddels bracht Van Gils het via onderwijs voor sociale promotie tot onderofficier. Vandaag is hij stukscommandant van een artilleriestuk. 'Ik ben een soort ploegbaas van zes mensen, verantwoordelijk voor de veiligheid en het uitvoeren van de job.' 'Om acht uur 's morgens beginnen we met anderhalf uur sport. Het is belangrijk om fysiek paraat te blijven en onze jaarlijkse tests naar behoren te kunnen afleggen. Als kaderlid moet je 16kilometer met gevechtskledij kunnen lopen binnen de honderd minuten en een koorden- en hindernispiste afleggen. Van 10 tot 16uur worden er lessen gegeven over het artilleriestuk en de verschillende wapensystemen.'

In het loon van een para is een 'sprongpremie' begrepen van 307euro bruto. Daarvoor moet Van Gils minstens acht parachutesprongen per jaar doen. Omdat hij zijn hele jeugd aan turnen heeft gedaan, heeft hij geen problemen met behendigheids- of krachtproeven. 'Maar een gymnast kan niet lopen. Ik moet extra trainen om die 100minuten te halen. In mijn vrije tijd doe ik aan American Football in Berendrecht. Met beschermuitrusting aan mag je binnen de normen van de spelregels mensen pijn doen (lacht). Daar komt het toch op neer als je aan maximumsnelheid tegen iemand aan loopt die de bal vast heeft. Er komt ook strategie bij kijken, het is een hele leuke sport.'

Van Gils' collega's staan op het punt naar Afghanistan te vertrekken om er een eenheid af te lossen en vier maanden lang het vliegveld van Kaboel te bewaken. Hijzelf blijft thuis vanwege een blessure. In het verleden nam hij wel al deel aan de operatie Green Stream, maar echte actie op het terrein heeft hij nog niet gezien. 'Bij Green Stream hielden we ons klaar in Brazzaville om na het ineenstorten van het Mobuturegime Europeanen uit Congo te evacueren.' Hoe groot is de honger naar actie op zo'n moment? 'Het gevoel is altijd dubbel. Aan de ene kant hoop je dat er niets gebeurt, want het kan altijd je laatste keer zijn. Anderzijds train je jarenlang om je baan zo goed mogelijk te doen en hoop je wel eens te kunnen tonen wat je kunt.' Niet aan de operatie in Afghanistan kunnen deelnemen, betekent ook een financiële domper. Tijdens de maand in Brazzaville kreeg Van Gils ongeveer een extra maandloon aan bijkomende vergoedingen, terwijl hij ondertussen nauwelijks geld kon opmaken.

Is het leven als paracommando wat Larry zich ervan had voorgesteld? 'Als jonge kerel verwachtte ik door het slijk te moeten kruipen en afgesnauwd te worden -de beelden die je kent uit films bepalen wat je verwacht van het leger. Je doet dat ook allemaal, maar dan in je opleidingsfase. Daarna, in de eenheid, blijf je je conditie op peil houden, maar dat moet je combineren met je dagelijkse baan. Enkel op oefening ben je voortdurend actief bezig. Spijtig genoeg gaan we door de bezuinigingen bij het leger maar uiterst zelden op manoeuvres.'